De wegen van Christus

Een onafhankelijke info-site met visies
vanuit vele onderzoeks- en ervaringsgebieden.

naar de homepage: andere aanbiedingen en talen.

 

De wegen van Christus in het menselijk bewustzijn en de aarde.

Inhoudsaanduiding van alle delen.

Naar het eerste deel: (De) hoofdstukken over de inhoud van de evangeliën – hier klikken.

Naar het tweede deel: De inhoud van de Openbaring van Johannes - hier klikken.

Naar het derde deel: hoofdstukken m.b.t. verschillende thema's en levensvragen.

Dit is het 4. deel: Oude Testament; en bijdrage tot de dialoog met andere religies.

Voor laatste hoofdstukken (uit de map) moet de pagina eerst helemaal zijn geladen.
1.  M.b.t. het Oude Testament en de joodse religie (judaïsme)
1b.Zarathustra

3.  Informaties m.b.t.: Jezus Christus en de islam,
verbeterd.
4.  Informaties m.b.t.: Jezus Christus en het boeddhisme
4b.
Jezus Christus en het hindoeïsme
14.Algemene gezichtspunten m.b.t. natuurreligies
15.Onze nieuwe Duitse / Englische thema-pagina's ("Taoism", ...).

Aanwijzingen m.b.t. andere versies, en rechten
e-mail.

 

M.b.t. het Oude Testament en de joodse religie (judaïsme).

Deze extra pagina is een bijdrage tot het beter begrijpen van het Oude Testament en tot de interreligieuze dialoog. Daaraan is niet de noodzaak verbonden, de oudtestamentische geschriften evenzo uitvoerig te behandelen als dit webproject met de evangeliën en de Handelingen der Apostelen (Pinksteren) doet.

Jezus Christus en zijn discipelen verwezen vaak naar de bij hun luisteraars bekende Heilige Geschriften. Dit is nu eenmaal Het Oude Testament. Het omvat een scheppingsverhaal, boeken over de geschiedenis van de joden, wetten, profetische geschriften, psalmen, apocriefe geschriften enz. Jezus en de discipelen stelden, dat hun werk de inhoud van de oudere openbaringen weliswaar niet teniet doet; dat ze echter in eerste lijn niet als uitleggers van de schrift komen, maar dat het nu om het leven vanuit het directe contact met God en Christus gaat (zie andere "fundamenten van ethische waarden" en de hoofdtekst.) Daardoor, blijken dan tegenover het Oude Testament nieuwe zienswijzen.

Het Nieuwe Testament heeft echter ook vele relaties met andere geloofsrichtingen uit de toenmalige tijd. Bijv. het evangelie van Johannes spreekt blijkbaar vaak tot hen, die gnostische wijsheidsleren kenden, om die voor hun eigen achtergrond juist ook het afwijkende, specifiek christelijke te verklaren. Een eenvoudig voorbeeld is al de aanduiding "Hij was het waarachtige licht……..in Joh. 1. Enige brieven van Paulus enz. houden eveneens rekening met de stand van kennis van mensen uit de omgeving van de oude mysteriereligies, eigenlijk meer dan de joodse overleveringen. Iemand die deze tradities niet kent, zal dat niet merken. In zulke delen van het Nieuwe Testament zijn geen globale oordelen die een verdoemenis inhouden m.b.t. niet-joodse oude geschriften te vinden. Zulke oordelen zijn slechts te vinden op die plaatsen, waar uitgesproken misbruiken van concrete, gedegenereerde culten werden beschreven, om de mensen tegen zulke wegen te waarschuwen. De oude meer wetmatige weg van de missie was het, mensen daar op te pikken, waar ze stonden, in plaats van te eisen, dat ze hun gehele biografie gewoon moesten vergeten – wat eerder breuken in het bewustzijn teweeg brengt, dan dat het verlossing brengt, die breuken heelt. Van mensen van andere herkomst werd niet verlangd, dat ze eerst de hele joodse traditie moesten overnemen. Ze waren in zo ver gelijkgesteld aan de joden. Toch waren daarover tussen de discipelen meningsverschillen, die tegenwoordig nog voorkomen.

Het werk van Jezus was weliswaar in deze vorm toen alleen denkbaar op de achtergrond van het geloof in God en de verwachtingen van een fundamentele ook de overige wereld betreffende verandering, zoals dit in Israël door de profeten was voorspeld. Het was evenwel sindsdien echt wel mogelijk, het christelijke ook op basis van andere religieuze tradities in plaats van het Oude Testament duidelijk te maken. Dit probeerde bijv. Mani, de grondlegger van de Manicheeërs, die zich in Azië nogal verspreidden, later door de kerk werden vervolgd en tegenwoordig bijna zijn uitgeroeid. Voor hem was de eveneens monotheïstische religie van Zarathustra in Perzië het uitgangspunt. In hoever het hem gelukte, op die manier de rol van Jezus op een correctie manier uit te beelden, en in hoever hem dit eventueel ondanks het hoge niveau van zijn leer niet gelukte (bijv. aan de ene zijde een vlucht uit de wereld in zijn leer), is een andere vraag, waar wij hier niet nader op ingaan.

De joodse religie (judaïsme) heeft volgens de hebreeuwse bijbel nog enige geschriften voortgebracht, zoals de wettelijke bases (Mischna) en commentaren (Gemara) van de talmoed - in de versies van Babylon en van Jeruzalem -; en ook basiswerken uit bepaalde richtingen, vooral de mystieke – esoterische geschriften van de kabbalistiek: Zohar (Sohar) / Sepher Jezirah. Men denkt dat deze laatstgenoemde geschriften uit de 13de eeuw komen, maar ze kunnen van oudere overleveringen afstammen; enige dingen herinneren zelfs aan het oude Egypte. Ook nu is er een joodse mystiek.

Met betrekking tot de beelden van God.

"De God van Abraham" werd zowel als persoonlijke God van de familie, van de stam en volk beleefd; anderzijds ook als God van het universum. Dit geloof heeft pas na verloop van tijd de strenge monotheïstische vorm aangenomen, waartoe de profeten steeds weer opriepen.* 
Aanvankelijk wordt God in het Oude Testament "Elohim" genoemd, - d.w.z "goddelijke (schepper)geesten" en niet gewoon de materieel buitenaardse met gentechnische experimenten enz. zoals tegenwoordig in vele boeken wordt gespeculeerd -; in zoverre er gedeeltelijk problematische invloeden op de ontwikkeling van de aarde was, zijn deze erbij gekomen. De semitische woorden „Elohim" en „Allah" (islamitische aanduiding voor God) hebben zeker dezelfde oorsprong, evenals "El" van de Kanaänieten.

De naam Jahweh/ Jehova/ JWHW komt later in het Oude Testament naar voren. Bij het dichter bij komen van God in de loop van de tijden, volgens mystieke en geesteswetenschappelijke bronnen zoals Lorber of Steiner, zou o.a. het beleven van God als Jehova zijn ontstaan. Alleen de vertalingen gebruiken helaas steeds dezelfde betekenissen, waar oorspronkelijk vele verschillende namen van God staan. Zo wordt de telkens verschillende manier van beleven door de mensen van de verschillende tijdperken overgeslagen. De oorspronkelijke echte godsbeleving als Jehova, werd waarschijnlijk later menselijk vertroebeld, en zelfs negatieve wezens zouden in deze samenhang tijdelijk mensen kunnen hebben misleid, waarvan de spiritualiteit was vervlakt, en die vol haat zaten. Zo hoeven niet alle verhalen in het Oude Testament met de werkelijke „Jahwe" te maken te hebben, en op „JHWH" in de zin van de spirituele verklaringen van Prof. J. J. Hurtak/ USA. Maar dat betekent niet, dat elke oud-testamentische gebeurtenis vanuit de menselijke logica van onze tegenwoordige maatschappij zou kunnen worden beoordeeld. God weet beter dan wij, wat hij waarom doet, en wat hij waarom van de mensen zou willen.

Het geloof aan de Messias en Christus.

„Christos" is als in de septuaginta, de door joden voor joden in de 3./2. eeuw voor Christus samengestelde vertaling van de hebreeuwse bijbel in het Grieks, het woord voor „Meschiach", de voorspelde Messias. Dit is dus geen uitvinding van Paulus, zoals enige moderne schrijvers geloofden. De boekrollen uit de grotten in de omgeving van de Dode Zee (Qumran) geven aan, dat zeer gelovige joden, juist in de decennia / eeuwen voor Christus een Messiaans vredesrijk verwachtten, zoals het in Jesaja 11 is beschreven. Maar toen al waren er verschillende interpretaties over het wezen van de Messias – zoals ook de discipelen van Jezus het heel moeilijk vonden om te begrijpen, dat het bij het aangekondigde nieuwe "koninkrijk" niet om een uiterlijke nationale revolte tegen de Romeinen ging maar om een spirituele, alles veranderende ontwikkeling, een "hemelrijk".

De gemeenschap van Qumran wordt vaak tot de strenggelovige, spirituele Esseners gerekend, de derde fundamentele school van het toenmalige jodendom naast de Farizeeërs en Sadduceeërs. Goed beschouwd ging het meer om een onafhankelijke gemeenschap die nauw in verbinding stond met de onafhankelijke gemeenschap van de Esseners, die met de andere stromingen in het toenmalige jodendom goede contacten had, naast de vreedzame Esserners ook met de eveneens zelfstandige militante „Zeloten", en met de Farizeeërs in Jeruzalem (de laatsten vertrouwden deze gemeenschap in nood zelfs de aantekeningen over de tempelschat toe; blijkbaar golden ze ondanks verschillende inzichten als absoluut betrouwbaar) De "gemeenteregel" 1QS bevat aanwijzingen over de Messiasverwachting. Er werden zelfs 2 Messiassen resp. 2 afstammingslijnen van zo'n verwachte Messias vermeld, die volgens het toenmalige recht op Jezus van toepassing zouden kunnen zijn: door Jozef uit het Huis van David en door Maria uit de priesterlijke lijn van Aaron (dit geeft bijv. ook Carsten Peter Thiede aan, die in opdracht van het Israëlische oudheidsorgaan met deze boekrol bezig is)
De profetie uit Micha 5,1, volgens welke de Messias uit Bethlehem zou stammen. schijnt in deze kringen, die zich bezig hielden met de Messiasverwachting, niet belangrijk te zijn geweest. Toch verwijst bijv. de evangelist Matteüs ernaar. Door velen werd dit lichtvaardig als zijn uitvinding beschouwd, dat Jezus uit Nazareth zou stammen. *

Op één plaats bij de profeet Daniël 9:25 wordt vaak naar Jezus verwezen: Van de opdracht voor de bouw van het tweede Jeruzalem (zie Nehemia 2:18; ca. 445 v.Chr.) tot aan de dood van de (tweede) gezalfde zouden tezamen 69 " weken" passeren. Zou men dit opvatten als "de weken van één jaar" van telkens 7 jaren.(vgl. de betekenis van de "sabbatjaren" enz.), dan zou dit inderdaad ongeveer naar de tijd van de kruisiging verwijzen.

Voor een op het christendom als religieuze gemeenschap gebaseerde theologie moeilijk te beoordelen, maar voor andere culturele kringen des te interessanter zou de stimulans van R. Steiner kunnen zijn, in Christus een wezen te zien, dat best in voorchristelijke tijden aan enige hogere wezens bekend was; dat tot uitdrukking kwam in Vishwas Karman van de hindoes, Ahura Mazda van de Parsen, het zonnige wezen Osiris van de Egyptenaren, en in de Keltische Belemis = Baldur, Apollo. Zie ook het hoofdstuk „In den beginne was het woord..." in deze tekst.
Zie ook bijv. m.b.t. de christologie van Rudolf Steiner e.a. de verzamelingen voordrachten :"De geestelijke wezens in de hemellichamen", 1912;"voorstadia t.o.v. het mysterie van Golgatha", 1913, 1914;"Van Jezus naar Christus";"Christologie".

Nog later, 2000 jaar geleden zien we dan de belichaming van Christus op aarde, als maatstaf van een keerpunt van de wereldontwikkeling, die deze resp. de mensheid als het ware op zich nemend, en ze weer op nemend in zijn leven. De oude culten zijn voor deel gedegenereerd, zoals later het christendom oppervlakkig werd, maar een onderzoek in zulke richtingen zou desondanks betekenisvol zijn. Christus zou zich als iets laten zien, wat niet in de hem vaak toegedachte rol als garantie van de macht van een aparte religieuze gemeenschap past. Een wezen dat juist het vernieuwde algemeen menselijke belichaamt, de "nieuwe Adam" van Golgotha.

*Betreffende de tijd "van voor de zondvloed" en de nieuwtestamentische tijd, bijv. de geschriften door het "innerlijke woord" van Jakob Lorber: www.lorber-verlag.de ; en ook Rudolf Steiner. De inzichten van de mystiek hebben ook tot gevolg, dat de stelling van enkelen geheel kan worden vergeten, dat Jezus als historische persoon nooit zou hebben bestaan of een eenvoudig rondtrekkend prediker zou zijn geweest.

Verdere updates English/ Deutsch.

Terug naar de index van deze pagina.

 

Zarathustra.

De oorspronkelijke uitgangspunten in de leer van Zarathustra zijn tegenwoordig nog te vinden bij de aanhangers van Zoroaster en hun heilige schrift, de Zend Avesta. Onderzoekers vanuit deze religie in India brachten aan 't licht, dat deze religie ouder is, dan de onderzoekers uit het westen veronderstellen, zodat de antieke geschiedschrijvers gelijk zouden hebben.

Verder bleek dat het bij deze religie oorspronkelijk niet alleen om die kosmische conflicten tussen licht en duisternis ging die later in de gnostische leren binnendrongen. Maar de ene persoonlijke god, Ahura Mazda genoemd, stond als "hoogste deugd" boven deze tegenstrijdige krachten.

Het begrip voor de onpersoonlijke zijde van God was "Ahu". (Een adres voor de tegenwoordig meest spirituele uitwerkingen uit die religie: Mazdayasnie Monasterie, Mustafa Bldg., Sir Pherozeshah Mehta Rd., Bombay 400001, India.). Verder ontdekte men, dat er in de Iraanse overleveringen referenties naar Noach / Nuakh zijn, die overeenstemmen met wat de bijbel erover vertelt. Onze indruk is, dat de Zend Avesta op zijn minst veel gemeen heeft met een soort oeropenbaring van de mensheid voor de vooraziatische zondvloed – d.w.z. met het oudste Godsgeloof, dat Noach ook in deze gedegenereerde cultuur trouw bleef. Abraham was niet de eerste, die de ene God vereerde. Er zijn aanwijzingen, dat ook de oorspronkelijke vorm van deze religie voor de vloed van ca. 3500 v. Chr. er al in schriftelijk vorm was, en het is zonder meer mogelijk, dat op een bepaald moment geschriften uit die tijd te voorschijn komen. Lorber noemt één van deze verdwenen geschriften "Seanthiast Elli"; God zou aan de mensen voor de vloed als "Abedam" zijn verschenen, zoals hij later door de bijbelse Melchisedek naar voren kwam.

Overigens worden de Parsen ook door vele islamitische geestelijken in Iran tot de "mensen van de schrift" van de Koran gerekend, zoals joden en christenen, d.w.z. niet tot de "ongelovigen" maar tot diegenen, die aan één en dezelfde God geloven, en door profeten steeds weer aan hem werden herinnerd. Natuurlijk is ook in deze religie het één en ander van de oorspronkelijke spirituele diepte verloren gegaan, zoals in alle andere religies, wat tegenwoordig eerst eens weer moet worden ontsloten.

Mani (216-267) probeerde de christelijke leer te verbinden met de religie van Zarathustra (....). Deze poging moet hier niet worden beoordeeld; zie ook de meer uitvoerige tekst in het Engels of Duits.

Terug naar de index van deze pagina.

 

Informaties m.b.t.: Jezus en de islam.

De interreligieuze dialoog

Dit is een bijdrage om religies beter te begrijpen en voor een vreedzamer "interreligieuze dialoog ", zoals die sinds vele jaren plaatsvindt. De opmerkingen pretenderen niet de islam in zijn totaliteit te karakteriseren, vooral omdat er ook verschillende theologische richtingen in de islam zijn.

De koran *) en de andere schriftreligies

Islam betekent „onderwerping aan de wil Gods".
De Heilige Schrift van de islam, de koran, wordt als goddelijke inspiratie, aan de profeet Mohammed doorgegeven door God resp. door de Engel Gibril – die met de ook in het christendom bekende aartsengel Gabriël kan worden geïdentificeerd. Zeker is dat aan de koran een centrale betekenis toekomt. Bovendien spelen voor de interpretatie nog een aantal tradities (Sunna; letterlijk: "gewoonte") die uit de tijd van de profeten stammen (Hadith) een rol. Ook een profeet is in zijn persoonlijke gedrag een mens, geen God. Men moet ook bedenken, dat er zoals onder christenen, ook moslims zijn, die hun Heilige Schrift niet precies kennen. 

Christenen resp. joden worden in de koran deels ook direct als "jullie mensen van de Schrift" (mensen van het boek bijv soera 4,171*) en als "jullie kinderen van Israël" aangesproken. Zo kunnen ze zich ook met de koran*) bezig houden ook al doen ze het meestal niet . Religiewetenschap houdt zich in elk geval met de heilige geschriften van alle religies bezig, en onderzoekt o.a. de historische ontwikkeling de interpretatie ervan. De heilige geschriften dienen echter met respect te worden bestudeerd. Het ene deel van de islamitische koran-commentatoren schreef, dat van de koran een oervorm – goed bewaard bij God – bestaat, die slechts voor de zuivere engelen en de zuivere menselijke afgezanten toegankelijk is; een ander deel van hen legde uit, dat de lezer van de op de aarde aanwezige koran in een zuivere toestand dient te zijn.

De profeet geldt als gezonden voor een "tijd" (of tussentijd) waarin de afgezanten weggebleven zijn (Soera 5,19*). De koran onderscheidt gelovigen in de zin van de leer van de profeet Mohammed, "Mensen van het boek" (Mensen van de schrift), en "ongelovigen". Met de "mensen van het boek" worden vooral joden en christenen bedoeld, die naast moslims van dezelfde traditie uitgaan; soms ook de Zarathustriërs (Soera 22,17*). Want de koran erkent ook een keten van de "profeten", die alle overeenkomende leerstelsels van de ene God, van het aan de gene zijde liggende gericht en van het gebed voor hun volkeren resp. voor hun tijd gaven ( bijv. Soera 6, 83-92; Soera 7, Soera 4,136*). Voor zover mensen van deze religies aan de gemeenschappelijke grondbeginselen geloven, worden ze in de koran zelf niet tot de ongelovigen gerekend. (Soera 5,48* e.a.) Gedurende de eerste eeuwen van de islam werd op christenen en joden geen dwang uitgeoefend, naar de islam over te stappen (in overeenstemming met de leer in de koran, "In de religie is er geen dwang", zie Soera 2, 256*).
Abraham geldt als één van de "Haniefen", die als enkelingen direct gingen geloven in het ware geloof aan de éne God.

Allah – pre-islamitisch oud-Arabisch al-ilah – heeft als Semitisch woord beslist dezelfde oorsprong als "Elohim", een godsnaam uit de Hebreeuwse boeken van Mozes.

Als "ongelovigen" – letterlijk ongeveer: "verhullers" – in strikte zin golden ten tijde van de profeet Mohammed de polytheïsten resp. afgodendienaren, waartegen hij in Arabië streed, en waarvoor ook al de bijbel van de joden en de christenen heeft gewaarschuwd. In ruimere zin gelden in de islam tegenwoordig diegenen als ongelovig, die niet aan de ene God en het gericht geloven. Soms wordt het begrip tegenwoordig globaal voor alle niet-moslims gebruikt; soms echter op moslims van telkens een andere richting.

Jezus Christus in de koran.

Jezus wordt behalve in de bijbel ook in de koran (7e eeuw na Chr.) genoemd. Er zijn daarbij overeenkomsten en verschillen. Er moet op gewezen worden dat de koran Jezus op meer plaatsen als profeet, als door God gezonden en ook als "woord" Gods met niet nader verklaarde betekenis en als geest van God erkent, (Soera 4, 171) "geschapen als Adam" (Soera's 2, 3, 5,...). Hij betekent dus in een goed begrepen islam in elk geval meer dan bij die moderne christelijke theologen, die van Jezus slechts de sociale hervormer overlieten! Alleen de leer die uitgaat van het - door de christenen uit de tijd van Mohammed reeds als zeer aards beschouwde - Gods zoon zijn, van Jezus in het kader van de latere leer van de drie-eenheid, werd in de koran niet geaccepteerd. Christenen, die dat, wat daarmee bedoeld was, zo authentiek hadden kunnen verklaren, dat ook mensen met andere uitgangspunten dat zouden begrijpen, waren er nog nauwelijks. (bijv. Soera 6, 101*). In de brief aan de Romeinen 1.4 staat, dat Jezus in zijn kracht van de geest van de heiligheid "als zoon ingezet" – dus niet geboren - werd. 
Met de islamitische overtuiging, dat God ongeboren is en Jezus niet geboren maar geschapen is, daarmee konden tot zover christenen eigenlijk akkoord gaan. Verder is het begrip (Grieks) "Logos" – dat in de bijbel juist voor de goddelijke herkomst resp. zending van Jezus Christus staat - in de evangeliën ook het als "Het woord" (zie boven) vertaald, dat in de koran voor Jezus wordt gebruikt. Zijn in de inspiraties van de koran - zoals in de bijbel - geheimen verborgen, die noch moslims noch christenen tot nu toe geheel doorgrond hebben, zodat ze zich nutteloos om begrippen bestrijden? Ook waar christenen deze leerstelsels zo presenteren, dat die als „veelgodenleer" kan worden opgevat, komt dit niet met de manier overeen, zoals Jezus zelf onderwezen heeft: "Bid in mijn naam (d.w.z. innerlijk verbonden met Jezus) tot de Vader (God)" - Bijbel, Johannesevangelie 15:16. Alles draait in het leven van Jezus om die ene God, waarmee hij nauw was verbonden, en waarheen hij nu juist de mensen kan leiden.

Het begrip "Logos" (Grieks, in het Johannesevangelie 1 het "Woord Gods", een aanduiding, die daar met Christus is verbonden) komt in Parets vertaling van de koran (Duits) onafhankelijk van Jezus voor, wordt echter in andere uitgaven van de koran als Gods "aangelegenheid" resp. Gods "Bevel" opgevat (Soera 13,2 en 13,11*).

De koran ziet Jezus "als Adam", die God uit aarde schiep (Soera 3,59*) en spreekt van een "door God gezondene" uit de geest van God, die Miriams (Maria’s) maagdelijke geboorte van Jezus doorgaf (Soera 19,17-22*). In de christelijke versie verkondigt de engels des Heren de geboorte van Jezus uit de Heilige Geest aan. Ook wordt er in de koran gezegd, Jezus werd met de Heilige Geest / Geest van de heiligheid versterkt (Soera 5,110*).

Volgens de koran kondigde de jonge Jezus zijn opwekking aan (Soera 19,33*), waarmee natuurlijk ook zijn wederkomst op de "jongste Dag" (het gericht, met de opstanding van de gelovigen, zou kunnen zijn gemeend, die in de koran vaak wordt genoemd, zie hieronder Soera 4,159* . De koran geeft aan, dat Jezus levend in de hemel werd opgenomen (Soera 4,157 -159*, Soera 3,55*).
Moslims en christenen zijn het niet met elkaar eens, of Jezus voor zijn hemelvaart werd gekruisigd, stierf en door God de dood overwon – zoals de christenen zeggen -, of dat hij zonder kruisiging levend naar de hemel voer – zoals moslims geloven. Ze geloven echter beiden, dat hij op het moment, dat hij naar de hemel voer, helemaal niet "dood" was, maar bijv. de mensen onderrichtte.
Al in Soera 3,55* resp. 5,48* staat immers, „...ik zal hem rein maken" en „...zullen jullie allen naar mij terugkeren, en ik (God) zal tussen jullie beslissen over dat, waarover jullie (gedurende het leven op aarde) oneens waren". De oplossing van enige overblijvende geheimen zouden christenen en moslims daarom rustig kunnen afwachten, in plaats van te strijden.

Daarom staat in de koran de opstanding van de gelovigen ten tijde van het gericht (Soera 36,77-83; Soera 69,13-37; Soera’s 75 en 99* enz.). Jezus zal dan wederkeren en van de gelovige mensen van de schrift getuige zijn (Soera 4,159; vgl. Soera 16,89*). Degenen, ook niet-moslims, die aan God en de jongste Dag geloven en goede dingen doen, hebben volgens de koran het gericht niet te vrezen (Soera 2,62; Soera 4,123-124; Soera 7,170*). Het gericht is in de koran zoals in de bijbel duidelijk een zaak van God, en niet een zaak van de mensen, het doet er niet toe of ze christen, moslim of jood zijn. 
(D.m.v. zulke vergelijkingen tussen de religies is het niet de bedoeling de onafhankelijkheid van de koran te betwijfelen.)

M.b.t. de ethische grondbeginselen van de islam en het christendom

Ook de ethische grondbeginselen van de 3 "abrahamitische religies" zijn ten nauwste verwant. De geboden komen, hoewel niet in lijsten opgesomd, ook in de islam voor, o.a. in Soera 17,22-39; Soera 5,38-40; Soera 2,188; Soera 4,135; Soera 2,195; en Soera 17,70* (menselijke waardigheid). De koran verbiedt bijv. ten strengste en zonder uitzondering het doden van onschuldigen (Soera 5,27-32*). Het begrip "Gihad" (jihad), betekent slechts: "Strijd"; de betekenis "Heilige Oorlog" komt niet uit de koran, maar van uitspraken van de profeet Mohammed en islamitische rechtscholen ***): Het geestelijke morele werk in het binnenste aan de eigen van God verwijderde hartstochten geldt als de "grote gihad", waaraan grotere betekenis wordt gegeven dan alle uiterlijke uiteenzettingen. (vgl. bijv. de boodschap van Jezus "eerst de balk uit het eigen oog trekken..."- Vele uiterlijke conflicten zouden zo hun grondbeginsel verliezen.) De "Gihad van het woord" is de geweldloze vertegenwoordiging van het geloof. De "Gihad met de hand" is het actieve voorbeeld van de gelovige. De "Gihad van het zwaard wordt ook de "Kleine Gihad" genoemd, hij is slechts voor de verdediging van aangevallen gelovigen en "zonder overtredingen" toegestaan (vgl. koran Soera 2,190*). De "hevigheid" van de omgang met anders gelovigen is echter ook in de koran aangegeven (Soera 48,29*, Soera 47,4*).
Omvangrijk zijn de traditionele regels voor de omgang tussen de geslachten incl. het verbod van het huwelijk met leden van andere religies enz. 

Tot de islamitische praktijk behoren: "De getuigenis dat er geen God behalve God (Allah) is en Mohammed de gezant van God is"; 
dat de voorgeschreven dagelijkse gebeden worden verricht (Soera 2,177*); 
het jaarlijkse vasten in de maand ramadan wordt aangehouden (Soera 2,185*);
de bedevaart zo mogelijk eens in het leven wordt gerealiseerd (Soera 2,196*);
en de zakkat (afdracht voor sociale doeleinden) wordt betaald (Soera 2,177*)"

In de huidige islam is er geen centraal orgaan, dat beslist over religieus- ethische vragen. Posities echter die door een duidelijke meerderheid van aanzienlijke rechtsgeleerden worden gedeeld, zouden waarschijnlijk breed worden geaccepteerd.

*) Gebruikt werd o.a. "De koran, vertaling van Rudi Paret", Kohlhammer-Verlag (Duits), welke vertaling voldoet aan wetenschappelijke eisen en duidelijk tussen woordelijke vertalingen en invoegingen zorgt voor een beter taalkundig begrip. Gebruikt wordt hier de in islamitische kring gebruikelijke Egyptische vertelling. Andere vertalingen kunnen één van de andere twee vers-tellingen gebruiken; dan vindt u de vermelde plaats kort voor of na het aangegeven versnummer in dezelfde Soera. De koran is moeilijk te vertalen, maar dat geld niet zozeer voor de duidelijke gedeelten, zoals die zijn aangegeven. De betekenis van plaatsen in de koran werd ook aan "De koran, vertaald en becommentarieerd door Adel Theodor Khoury, 2007(Duits)" aangepast, wiens vertaling ook bij islamitische geleerden erkenning heeft gekregen, (bijv. Dr. Inamullah Khan, de toenmalige algemeen secretaris van het islamitische wereldcongres.), en diens commentaar dat rekening houdt met de islamitische rechtsscholen.

***) Ook de historische "christelijke kruistochten" waren niet op de bijbel gefundeerd, maar waren menselijke daden en worden bijv. door vele Europese christenen tegenwoordig als iets slechts beschouwd.

Terug naar de index van deze pagina.

 

Informaties m.b.t.:  Jezus Christus en het boeddhisme.

Hier wordt ingegaan op de punten van overeenkomst tussen boeddhistische richtingen en een christendom, dat zich (weer) bewust is van zijn eigen spirituele diepten. Daaraan is niet de eis verbonden, leven en leer van Boeddha (500 v.Chr.) uitvoerig te schetsen. * ) Hier worden meer de kernpunten precies behandeld.

De kern van de oorspronkelijke leer van Boeddha, zoals die nog in het "Hinajana-" boeddhisme de basis vormen, is de steeds verdere bevrijding van de mens van alles, wat niet tot de kern van zijn wezen hoort. Het verlangen van de buitenste en binnenste zin dat verdriet tot gevolg heeft, moet als "niet tot het zelf behorend" ("anatta") erkend en door een overeenkomstige levens- en scholingsweg, met ook meditatie enz. tenslotte doven en in de nirwana-toestand uitmonden. Dit heeft vooral de later ontstane richting van het "Mahajana"- boeddhisme verkeerd begrepen – die anders ook vooruitgang bracht, bijv. een duidelijker medeleven met alle wezens, in plaats van uit de wereld te vluchten. Ze interpreteerde het genoemde, steeds weerkerende begrip van het niet zelf zo, alsof er helemaal geen ik zou zijn, dat na het afleggen van de egoïstische lagere eigenschappen zou overblijven. Dienovereenkomstig neigt die ook daartoe, het nirwana als "niets" te zien. Boeddha zelf sprak echter zelfs bij de beschrijving van zijn hoogste ervaringen: "en ik doorzag... met de tijd (ook) de ellende van het gebied van het weer waarnemen noch niet waarnemen', het werd me geheel duidelijk, en drong tot aan het geluk van de beëindiging van waarneming en gevoel, genoot er ten volle van….. En zo krijg ik sinds de tijd – na het volledig uitschakelen van het noch waarnemen noch niet waarnemen de beëindiging van de waarneming en het gevoel en verblijf daarin en de invloeden zijn, nadat ik dat allemaal met verstand had bekeken, verzegeld." (Suttam des Anguttara Nikaja 9, Nr.41 ...). 
In zoverre is te zien, dat Jezus Christus eveneens voor het louteren van de verschillende menselijke eigenschappen aanspoort, en bovendien, dat daarmee ieder bij zichzelf moet beginnen, in plaats van gelijk anderen te kritiseren (zie daarvoor de hoofdtekst van "De wegen van Christus"). Hij identificeert zich en zijn discipelen verder ook niet met de wereld of andere wereldlijke bezigheden, maar beschrijft ze als niet bij de wereld horend, maar – nadrukkelijker dan in het oorspronkelijke boeddhisme - dan in deze wereld levend en werkend (Joh.17), deze wereld in zuurdesem veranderend. In elk geval zijn in de uitspraken van Jezus en Boeddha m.b.t. de vragen van het leven zo veel verstrekkende overeenkomsten te constateren, dat dit sinds decennia enigen ertoe bracht, te vermoeden, dat Jezus het boeddhisme had onderwezen. Dit klopt echter niet. Even goed zou kunnen worden gezegd, dat hij deze of gene andere leer zou hebben gepreekt. In onze hoofdtekst wordt o.a. verklaard, dat zulke gedeeltelijke overeenkomsten berusten op geestelijke feiten, die logischerwijs allen, die daartoe toegang hebben, op gelijke wijze kunnen waarnemen, zonder van elkaar over te schrijven. Dat is inspiratie, uiteindelijk voor zover het echt is, komt het ook uit de eeuwige bron, zonder die het nog "iets"noch "niets"noch "niet iets" enz. of de verlossing daaruit zou geven, vooral zelfs deze verlossing zonder dit helemaal geen zin zou hebben. Uit dat, wat (of het ) achter Alles staat, en in Alles verborgen is, en tegelijk ook geheel buiten Alles is. niet-geopenbaard is, en toch alles al bevat, en het toch aan het einde van de schepping meer dan aan het begin zal zijn – dus iets in aardse zin tenminste evenzo tegenstrijdig als een koran (een paradoxe spreuk voor meditatie in het Zen-boeddhisme) Iets wat niet op een theoretische weg kan worden begrepen, hoewel de geest van de mens langzaam flexibel genoeg gemaakt kan worden om tenminste indirecte toenaderingspogingen te kunnen maken, of om het innerlijk waargenomen te kunnen verwerken.
Dat is de kracht, die de religies tegenover een materialistisch-egoïstische maatschappij gemeenschappelijk hebben – en alleen niet voldoende gebruiken. Ook overeenkomsten en contacten van religies onder elkaar veranderden er echter niets aan, dat allen hun eigen en gedeeltelijk nu eenmaal ook verschillende wegen hebben.

Natuurlijk zijn de te zuiveren menselijke eigenschappen binnen het joodse resp. christelijke gebied samen met het begrip van de zonde t.o.v. God verbonden. Eerst zou het hier om het zich houden aan religieus gefundeerde ethische normen gaan; preciezer gezegd om het overwinnen van alle eigenschappen die ons van God scheiden. Men gaat er meestal van uit – ook bij de meeste boeddhisten zelf, dat er in het boeddhisme geen God is. Bij gemeenschappelijke ethische positiebepalingen van de verschillende religies wordt daarom slechts verwezen naar door alle religies geaccepteerde "laatste werkelijkheid" aan gene zijde van het materiële leven, wat dat ook bij de afzonderlijke religies moge zijn. Dit is op zijn minst niet geheel correct. Boeddha heeft nooit beweerd, dat er geen God zou zijn, maar hij beperkte zich onder de toenmalige omstandigheden meestal tot het doorgeven van inzichten over de menselijke weg. Boeddha antwoordde op vragen van hindoe-priesters naar Brahma, de scheppergodheid van de Hindoes: "de Brahma ken ik wel, en de brahmaanse wereld, en het in de brahmaanse wereld komende pad, en zoals Brahma in de brahmaanse wereld gekomen is, ook dat weet ik ." (Digha Nikaya, 13. Rede – Met betrekking tot spirituele ervaringen, niet alleen op hindoeïstische literatuurkennis) De Brahma van de Hindoes kan niet zonder meer met "God de Vader" van Jezus Christus worden gelijkgesteld; hij is meer één van de in de meeste verschillende culturen met de tijd tot stand gekomen personificaties van goddelijke deeleigenschappen. Hij is in ieder geval geen aanduiding voor negatieve krachten. Wie nu evenwel van een hogere oorsprong van de toen vereerde goeden spreekt, in plaats van zichzelf als hoogste wezen te vereren, waarover spreekt hij uit eindelijk? Blijkbaar lag voor Boeddha de oorsprong en het doel in het niet-geopenbaarde. Blijkbaar lag voor Boeddha de oorsprong en het doel in het niet-geopenbaarde. Deze niet –geopenbaarde hoogste realiteit is echter niet "niets". Hij is alleen buiten alles, waarover de mens zich met behulp van zijn aardse, psychische of mentale vermogens een beeld kan maken.
En daar hebben we nu plotseling een door Christendom, Jodendom en Islam helemaal niet bewust erkende parallel. Want in al deze religies is er het inzicht, dat het geen zin heeft of zelf verboden is, zich van God een beeld te maken - ook wanneer de reden daarvoor werd vergeten. In het Jodendom mocht ook de naam daar voor God niet direct worden genoemd.

De evangeliën resp. de Openbaring kenmerken de "Vader" daarentegen als diegene, waarvan de schepping uitgaat, en in wiens volkomenheid hij eindigt (alfa en omega) die dus boven haar en haar eigenschappen staat, en voor hem niet definitief bereikbaar was. Christelijke mystici zoals Jakob Böhme hebben op grond van hun authentieke ervaringen ook uitdrukkelijk daarop gewezen, dat deze God niet alleen boven de aardse schepping staat, maar ook boven de aan gene zijde en hemelse werelden.**) Het heeft weinig zin, wanneer religies in de wetenschappelijke literatuur vaak vergeleken werden, zonder diegenen erbij te betrekken, die religieuze diepte-ervaringen hebben. Er kan zonder die ervaringen niet eens een taal worden gevonden, die voor beide partijen begrijpelijk zou zijn.

De boeddhistische weg leidt naar het binnengaan van het "nirwana", het andere aan de andere zijde - iets, wat voor de meeste boeddhisten natuurlijk zo ver weg is, zoals voor de meeste christenen de mystieke eenheid met God-. Natuurlijk leerde boeddha ook de mogelijkheid dat een "door wedergeboorten bevrijde" Bodhisattwa vrijwillig weer naar beneden kan komen, om bijv. de rest van de mensheid te helpen. Christus ging tot zijn Vader omhoog ("en het graf was leeg", Opstanding & Hemelvaart), om dan weer terug te keren. Met Christus kan het tegenwoordig tot een zeer sterk doordringen van de hoogste goddelijk niveau tot naar beneden naar het aardse gaan.

Hier zouden we Rudolf Steiner nog kunnen aanhalen, volgens wie Boeddha een wijsheidsleer van de liefde zou hebben gebracht, terwijl Christus dan de kracht voor deze liefde bracht. Hier wordt boeddha in zekere zin als wegbereider gezien. Wie wil weten hoe het werkelijk zit, zou op die weg kunnen doorgaan, en Christus of Boeddha zelf kunnen vragen!

*) De overleverde leer van Boeddha is vooral te vinden in de omvangrijke vertalingen van K.E.Neumann, "de gesprekken van Boeddha: middelste bundel"; ook in de "langere bundel".
**) 
Voor mensen met theosofisch spraakgebruik moet hier worden vermeld dat in theosofische zin het nirwana resp. Atman onder de "para-nirwaanse" en "logische", goddelijke niveaus ligt.

Update, Deutsch.

Terug naar de index van deze pagina.

 

Informaties over:  Jezus Christus en het hindoeïsme.

De extra pagina's bij het internetproject "de wegen van Christus" m.b.t. verschillende andere religies vormen een bijdrage tot het betere begrijpen hiervan en tot een interreligieuze dialoog. Hier worden overeenkomsten en verschillen tussen hindoeïstische richtingen en een christendom weergegeven, dat zich van zijn eigen spirituele diepten (weer) bewust is. Daarbij kunnen we niet stellen, dat we de hindoeïstische religie uitgebreid beschrijven. Hier worden kernpunten nauwkeurig uitgewerkt.

Jezus Christus.

In de leer die betrekking heeft op de oorsprong van het hindoeïsme is sprake van het begrip „Avatare" dat bestaat uit verschillende niveaus. Daaronder verstaat men mensen, die niet voor eigen vooruitgang op de aarde zijn, maar vrijwillig, om voor de vooruitgang van een volk of de mensheid bij te dragen, zoals een druppel "vanuit goddelijke volmaaktheid". De verschillen tussen dergelijke elkaar opvolgende „Avataren" en religies lopen echter vaak in elkaar over in zulke opvattingen, terwijl de joodse en christelijke opvatting de "God met het gelaat" het aspect van de verdere ontwikkeling en de bijzondere hierop betrekking hebbende rol van de "Messias" beklemtoont (uittreksel uit het hoofdstuk "In het begin was het woord …… uit de hoofdtekst * ).
Toch is dit vanuit het Indische denken gezien een toelaatbare aanpassing aan het inzicht in de taak van Jezus Christus. Daarom onderscheiden ook hindoeïstische yoga-leermeesters vaak een grotere rol van Jezus, dan de moderne christelijke theologen, die Jezus als normale mens resp. sociale hervormer zien. Er zijn echter ook hindoes, die Jezus slechts als eenvoudige leermeester resp. leraar zien. Men moet er echter rekening mee houden dat de spirituele diepten van het christendom voor een deel verdwenen waren en eerst weer zo begrijpelijk moeten worden gemaakt, dat een zinvolle dialoog daarover met andere religies toch mogelijk wordt. (Dit probeert deze website in zijn uitgebreide teksten * ).

De wegen van yoga** en het christendom.

Overeenkomstig het woord "jullie moeten volmaakt zijn (worden) zoals Jullie Vader in de hemel volmaakt is" (Matth.5,48) is voor ons het interessantste de vraag bij die religie, waarheen de praktische spirituele paden leiden. Dat zijn in het geval van het hindoeïsme de veelvormige wegen van yoga. Deze zijn op zoek om 'door beheersing van de uiterlijke en innerlijke natuur van de mens de ziel naar hun goddelijke volmaaktheid' terug te brengen.

In deze samenhang zijn er Europese scholingswijzen (...), die er elementen zoals de in de yoga bekende zenuw- of bewustzijnscentra – chakren – onder andere namen bij kunnen betrekken. Dergelijke pogingen zijn niet automatisch "niet-christelijk" zoals van de kerk uit werd vermoed, maar deze centra in de mens waren al aan de christelijke theosofen uit de middeleeuwen bekend. (Johann Georg Gichtel), en zijn intussen als reëel in elk mens aanwezige energiestructuren herkenbaar; evenals de kennis van de vooral uit China bekende acupunctuurpunten niet automatisch "Taoïstisch" is – want deze zijn al lang met meetapparatuur en tegenwoordig ook histologisch in de structuur van de mens aanwijsbaar. (Uittreksel uit "Het heilige vuur" uit de hoofdtekst 1). Vgl. ook Albrecht Frenz "Christelijke yoga - motivering van een Indische manier van mediteren", waar wordt aangenomen, dat christendom en de praktische methoden van de yoga verenigbaar zijn.

Beslissend is echter voor christenen de geestelijke houding; d.w.z. worden oefeningen als voorbereiding van het eigen wezen voor het erop inwerken van God gezien, of wordt ten onrechte gedacht, dat de volmaaktheid in God door de technieken zou kunnen worden afgedwongen (lichaams- en ademoefeningen, mantra-zingen, concentratie, meditatie en contemplatie..)?
Een verder onderscheid voor christenen: wanneer bijv. op het gebied van yoga begrippen zoals "kracht van Christus" opduiken, wordt dan gezien, in het feit dat de genezende kracht van Christus een deel van zijn wezen is die bovendien op de gehele mens inwerkt – of wordt die maar als geïsoleerde kosmische kracht beleefd? Wanneer iemand zich niet direct op Christus instelt, hoe moet hij/zij dan weten, dat het door hem/haar beleefde inderdaad met Christus van doen heeft? (gedeeltelijk uit "De vraag naar de wonderdaden" in de hoofdtekst)
*

In elk geval zijn er ook oorspronkelijke christelijke wegen in plaats van zulke voor een deel aan het christendom aangepaste methoden uit andere bronnen; maar deze moeten eerst weer aan de huidige tijd worden aangepast. Bijv. zou de oeroude oefening van de orthodoxe monniken op de berg Athos ("kyrie-eleison", "Heer erbarm U") in de Indische terminologie een christelijke adem- en mantra-oefening zijn. (Vgl. "De stilte in de woestijn" uit de hoofdtekst 1) * . Verder bestaat bijv. de typische evangelie-meditatie, zoals die bijv. aan onze hoofdtekst ten grondslag ligt en in onze extrapagina christelijke meditatie wordt beschreven *

**Het Indische woord yoga betekent letterlijk "Het verbinden", d.w.z. het opnieuw verbinden met de oorsprong, gelijk aan de letterlijke betekenis van het Latijnse woord re-ligie. Trainingsmethoden van hindoeïstische oorsprong voor lichaam, ziel en geest.

Christelijke en Indische mystiek.

Het opnieuw beleven van de kruisiging resp. de „diepste duisternis van de ziel", van de „mystieke dood", van de doorgang door een verlatenheid door alles, waaraan de mens zich zou kunnen vasthouden, dat alle bekende christelijke mystici (bijv. meester Ekkehart) op de één of andere manier merkten, heeft ook een zekere verwantschap met de hoogste beleving van yoga, de nirvikalpa samadhi resp. de ervaring van de leer van het „nirwana". Christelijke mystiek verschafte echter de ervaring, dat in resp. achter deze leer weer "iets " is, namelijk Christus resp. God. Dat ook vanuit een Indische weg uit een overschrijden van dit nirwana in iets wat erachter ligt mogelijk is, liet Aurobindo zien. Op de christelijke weg kan echter iets van deze alles liggende volheid doorlopend van het eerste moment van de religieuze weg aanwezig zijn, omdat het door de aarde gegane wezen van Christus een brug weergeeft.

Het lijkt op het balanceren boven een afgrond, wanneer iemand zoals Aurobindo met krachten wordt geconfronteerd, die samenhang met de ontwikkeling van christelijk suggereren, maar als achtergrond niet aanwezig zijn. Onmogelijk is het echter geenszins; men moet maar denken aan het geval van een hindoeknaap, die van het christendom niets wist, maar door zijn intensieve innerlijke vragen naar God plotseling een Christuservaring kreeg, en deze later op schrift zette. (Hrsg. Friso Melzer, "Sadhu Sundar Singh"). Ook bij hindoeïstische, tantrische oefeningen dook bij mensen die eerder op het verschijnen van Indische godenfiguren hadden gerekend, plotseling een Christusvisie op. „De geest waait, waarheen hij wil".
Voor een op het christendom als religiegemeenschap vastgelegde theologie moeilijk in te passen, maar voor andere cultuurkringen deste interessanter, kon de suggestie van R. Steiners zijn, in Christus een lichtend wezen te zien, dat zeer goed in voorchristelijke tijden bij enige hogere wijzen van verschillende culturen bekend was. (uittreksel uit hoofdstuk "De kruisiging..." van de hoofdtekst
* ) R. Steiner verwees betreffende India naar de "vishwas karman", een "architect van de wereld", waarvan de uitwerking die oude Indische rishi's (wijzen) achter de hun direct toegankelijke niveaus kon waarnemen. 
Betreffende de vele hindoe-goden zou kunnen worden bedacht, dat volgens nieuwere inzichten de goden van vele oude culturen – in zover het niet om zuivere goden van stammen of mensen handelde – aspecten van de ene godheid weergaven, die later als zelfstandige goden werden vereerd. De theoretische aanduidingen zoals polytheïsme zeggen op zich dus weinig. De joden hebben – in de hebreeuwse originele tekst – ook veel verschillende namen voor God en zijn eigenschappen. Maar ze gingen ze niet, als verschillende goden vereren. Bijv. de aanhangers van de leer van Zoroaster (Parsen) bleven eveneens bij een monotheïstisch (één God-) geloof. In het hindoeïsme kan bijv de school van de vishnuiten als monotheïstisch worden beschouwd.

In deze context is het interessant, dat nieuwe aspiraties bestaan, die zoals Christus in zijn opstand het algemene accepteren van de vanzelfsprekende, onvermijdelijke sterfelijkheid van het lichaam niet meer delen: (...) Bijv. de Indische filosoof en yogi Aurobindo en zijn spirituele reisgenote, de "moeder" Mira Alfassa zochten in deze richting. (...)  (gedeeltelijk uittreksels uit "De opstanding" uit de hoofdtekst) *.

De leer over "Karma", en God.

Een aanzienlijk deel van de christelijke wegen van de sociale daad en de barmhartigheid zou in India voor "Karma Yoga" (Yoga van het lot) resp. "Bhakti Yoga" (Liefde-Yoga) doorgaan, terwijl een kennisgeoriënteerde weg met "Inana.-Yoga" werd vergeleken.
Wat werkelijk kan worden beleefd, is, dat bij instelling op de leiding van het leven door de door Christus bemiddelde God, dit leven meer organisch kan verlopen, dan bij een instelling op het mechanisch werkzame lot-=karma-compensatiewetten. Ook Christus spreekt echter van het verkrijgen "zo goed mogelijk" maar hij zegt niet, dat dit zoals eerder, oog om oog, tand om tand (oude testament) zou moeten gebeuren. De nieuwe opgave van de mens staat op de voorgrond – wat voor hem en zijn omgeving vruchtbaar is, wordt mogelijk gemaakt en veranderd. Geen verwerking van het verleden als zelfdoel of als ontwikkelingsmotief is meer voorspeld. Een hulp "van boven" bij het samenspel van de verschillende mogelijkheden van de mens kan tegenwoordig worden waargenomen. (uittreksel uit het hoofdstuk "de kruisiging"van de hoofdtekst, er bestaat ook een extra pagina over karma en reïncarnatie.)
*

Ethische waarden.

De ethiek is datgene in de verschillende religies, waaraan ze het meest verwant zijn, en waar daarom de dialoog het verst gekomen is. Bijv. staat aan het begin van de klassieke yoga-weg volgens Patanjali als voorwaarde voor een succes "Yama": geen levend wezen door gedachte, woord of daden schade berokkenen; niet hebzuchtig zijn; waarachtigheid, seksuele reinheid; niet gewoon cadeaus aannemen (onafhankelijk zijn). De tweede trede is "niyama": innerlijke en uiterlijke loutering, genoegzaamheid en bescheidenheid, ascese; vrijgevigheid, offer; studie en verering van de godheid, innigheid en gelovigheid. De yogi's leren, dat zelfs het "slagveld" in de bhagavadgita in de zin van een voor de loutering dienend innerlijk slachtveld is bedoeld. Dat hier parallellen tot de geboden en tot de leer van Jezus bestaan, is duidelijk. Hindoes en christenen en vele andere religies hebben het project "wereldethos" meegedragen.

Heilige geschriften.

De oudste religieuze basis vormen de veden, die van de "rishi's" uit de oertijd "gouden periode" stamden. Later kwam bijv. het mahabharata-epos erbij, met de beschrijving van de gebeurtenissen uit de vroege geschiedenis, die vaak voor mythen werden gehouden, o.a. oorlogen, dus uit een niet meer als zodanig "gouden periode" De wijsheidliteratuur van de Upanishaden sloot zich hierbij aan. De bhagavadgita heeft betrekking op de uitwerking van Krishna. 

Terug naar de index van deze pagina.

 

Algemene gezichtspunten m.b.t. natuurreligies.

De extra pagina's van het internetproject: De wegen van Christus" m.b.t verschillende andere religies zijn een bijdrage voor het beter begrijpen van die pagina's en voor de dialoog tussen religies. Aan christelijke zijde gaat men uit van onafhankelijke onderzoeken die de spirituele diepten evenals modern bewustzijnsonderzoek weer ontsluiten. Betreffende de natuurreligies treffen we hier geen omvangrijke omschrijving aan, maar enige voor dit doel belangrijke gezichtspunten.

Ook bijv. de Japanse Shinto-cultuur is oorspronkelijk één van de wereldwijd verwante natuurreligies, die ouder zijn dan de bekende wereldreligies zoals boeddhisme en christendom.

De oorsprongen van de natuurreligies stammen uit een tijd, toen de mensen in hoge mate een bewustzijn hadden, dat van het tegenwoordige dominerend intellectuele bewustzijn sterk afwijkt. Jean Gebser, schrijver van het boek "Ursprung und Gegenwart" (Duits) zou deze bewustzijnsfase het "mythologische bewustzijn" noemen. De onderzoeker van het bewustzijn Julian Jaynes, schrijver van "Der Ursprung des Bewusstseins" (Duits, Engels) zou dit een bewustzijn noemen, waarin de beide hersenhelften nog directer met elkaar communiceren dan tegenwoordig *) De rechter hersenhelft maakt het mogelijk, verschijningen van allerlei soort, bijv. in de natuur in zijn totaliteit als "wezen" waar te nemen, en de linker hersenhelften kon dit zo verwerken, dat de mensen de "stemmen" ervan hoorden. Alle ook Europese overleveringen over elementaire wezens, sprookjes enz. komen daar uit voort, zijn dus niet uitgevonden. In samenhang met de toenemende verspreiding van het schrijven en lezen in plaats van de alleen mondelinge overlevering verdween deze soort van waarneming in de Europese-Voor-Aziatische klassieke Oudheid tot ca. 500 voor Christus in hoge mate als maatschappelijk relevant fenomeen. Omdat in de mythische tijd ook door veel plaatselijk resp. aan de stam gebonden wezens, voorvaderen of – goden werden vereerd, heeft het vermengen van culturen er bovendien toe bijgedragen, dat de oudere bewustzijnsvorm niet meer of niet meer zonder fouten functioneerde. De fouten anderzijds maakten het nut van deze waarneming steeds twijfelachtiger en versnelden daarom dit proces.

Het zou niet correct zijn, deze fasen op een dusdanige manier te beoordelen, dat het nieuwere verstandsbewustzijn meer waardevol zou zijn, en dat producten van het oudere bewustzijn tegenwoordig waardeloos zouden zijn. Er ontstonden daardoor weliswaar nieuwere vermogens, maar daardoor gingen er ook andere verloren, die het intellect niet alleen kan vervangen. Het is natuurlijk mogelijk, met behoud van de verworvenheid van het analytische denken de oudere, verdwenen vermogens van het beeldende overzicht en synthese er weer bewust bij te ontwikkelen; bijv. in de meditatie. Zo kan een geïntegreerd bewustzijn ontstaan, dat beide hersenhelften op een nieuwe wijze aan elkaar gelijk stelt. Het zuivere intellectueel bewustzijn heeft tegenwoordig dikwijls de grens van zijn vermogen bereikt. Blijkbaar is het onmogelijk alleen daarmee bijv. de ecologische problemen in de werkelijke gecompliceerdheid daarvan op tijd te doorzien en op te lossen: Dörner sprak van een "multfactorieel bewustzijn", dat voor het begrijpen van de ecologische processen noodzakelijk is, dat echter zijn studenten bij een betreffende onderzoek zo goed als niet bezaten. De huidige mensheid kan zich daarbij in ieder geval ook door oude overleveringen vanuit vroegere intellectuele waarnemingen laten inspireren - zonder dat die echter de vroege vorm van dit bewustzijn gewoon zou kunnen overnemen. Daarom zijn ook tegenwoordig nog sprookjes voor kinderen waardevol. Ze dragen ertoe bij, dat de rechter hersenhelft niet direct wegkwijnt.

In het oorspronkelijke christendom speelden de "gaven van de Heilige Geest" een belangrijke rol o.a. Joh. 16; Kor. 12, 7-11; Handelingen der Apostelen 2, 17-20). Zie ook onze hoofdstukken "Pinksteren" in de hoofdtekst van onze Engelse website, en ook in andere talen . De Heilige Geest is een goddelijke kracht, die de creativiteit van de mens boven zichzelf laat uitgroeien. Deze is weliswaar niet alleen maar een activiteit van de rechter hersenhelft, maar hij gebruikt deze inderdaad ook. Maar de Heilige Geest is met Jezus Christus verbonden. Ook wanneer Jezus tegen zijn discipelen zei "de Geest waait waar hij wil" - hoe wil iemand er zeker van zijn, dat zijn tegenwoordige ervaringen met de Heilige Geest vanuit de zin van Christus voortkomen, wanneer hij zich niet innerlijk op Christus heeft voorbereid?

In tegenstelling tot dat, wat wij bij andere schijnbaar polytheïstische religies aantroffen – aan de oorsprong waarvan één enkele godheid met "eigenschappen" stond, die pas later als gescheiden goden werden vereerd – is bij een aantal natuurreligies niet zo'n samenhangende oorsprong vast te stellen.

Terwijl de scheppingsmythen van enige andere volkeren met de schepping van hemel (en onderwereld) beginnen, veronderstelt de oude Japans scheppingsmythe hemel en aarde. De goden ontstaan in dit beeld spontaan, en bewonen alle 3 werelden, terwijl de aarde ook door mensen, de onderwereld ook door veel doden en demonen is bewoond. Ook eerbiedwaardige voorvaderen werden tot het godenpantheon gerekend. (...)

De verering gebeurt verschillend, door vastgelegde gebeden (Dank en Verzoeken), en door het offeren van natuurproducten of symbolen.
(...)

Terwijl in de natuurreligies meestal Sjamanen – medicijnmannen met bijzondere kenmerken en mediane capaciteiten – een centrale rol spelen, wordt de Shinto-cultuur door priesters geleid.

Ethische leer: Er was bijv. in het shintoïsme een zondenregister, er werden samen met andere religies ethische principes ontwikkeld, zoals ze ook in praktisch alle grote religies te vinden zijn.

(...)

*) Engels. "Bicameral mind". Jaynes zelf wekte toch de indruk, alsof deze oude natuurlijke manieren van functioneren van de hersenen alleen al de verklaringen van de belevenissen met goddelijke of natuurkrachten zouden zijn; dat is volgens onze bevindingen gewoonweg verkeerd.

Bovendien, wat deze wezens "zijn" verklaren zijn bevindingen helemaal niet. Noch "goden" noch God zijn in de hersens te vinden. Het gaat om een eigen realiteitsniveau, en de hersenen kunnen ze maar op de één of andere manier interpreteren. Juist de beschreven oudere manier van waarnemen is niet zonder meer in staat zulke "wezens" kunstmatig als voorstellingsbeelden te produceren, zoals het moderne bewustzijn het zou kunnen. Op een dergelijke manier weerspiegelen spirituele dromen of meditatiebelevenissen van psychische belevenissen van elke dag.

**) In Europa behoorde bijv. de tijd van het ontstaan van de homerische epiek nog tot de mythische tijd, terwijl de latere tijd van de Oud-Griekse filosofie reeds behoorde bij het bewustzijn van het verstand.

 

Terug naar de index van deze pagina.

 M.b.t. deel 1: De stappen in de evangeliën.    /    M.b.t. deel 2: De stappen in de Openbaring.   /   M.b.t. deel 3: hoofdstukken m.b.t. verschillende thema's en levensvragen.

 E-mail ways-of-christ.com : Wilt u me zo mogelijk in het Duits of Engels schrijven. Wilt u anders in korte zinnen schrijven en taal vermelden, waarin u schrijft.

Naar Homepage.

 

Aanwijzing t.a.v. andere talen en rechten.

De andere internetpagina's zijn te vinden onder http://www.Christuswege.net  (Duits) en http://www.ways-of-christ.net (Engels). Andere talen zie de Homepage. De Duitse en Engelse internettekst wordt voortdurend geactualiseerd en krijgt ook een pagina "veranderingen", en ook nog andere extra pagina's. De internettekst printen en kopiëren en daarvan onveranderd inhoudelijk weergeven is toegestaan. De vertalingen in andere talen zijn niet altijd gecontroleerd.

Gebruikte korte bijbelcitaten en opmerkingen – op basis van verschillende vertalingen nieuw bewerkt – zijn aanvullingen op de betreffende hoofdstukken van de hoofdtekst. Zulke karakteristieke plaatsen zijn echter geen volledige vervanging voor de begeleidende studie of meditatie van gehele hoofstukken van de evangeliën of delen van de Openbaring. Daarvoor is een bijbel of een Nieuw Testament aan te bevelen.